Knaagdierenbestrijding, hoe zit het nu?
Aangescherpte eisen!

De regels voor veehouders die zelf ratten willen bestrijden, zijn recent flink aangescherpt. Wie rondom zijn stal of bij voeropslagplaatsen buiten rattengif wil neerleggen, moet werken volgens het IPM-protocol Rattenbeheersing en in het bezit zijn van het vakbekwaamheidscertificaat KBA-GB. Iets waar niet iedereen van op de hoogte is.

Het is nog donker als melkveehouder Gerbrand de Jong het tanklokaal binnenstapt. Zodra de TLlampen aanfloepen, ziet hij achter de melktank ineens een rat omhoog schieten. Razendsnel klimt het beestje via de houten deur naar boven en verdwijnt in kier tussen de plafondplaat en de achtermuur. Verdorie! De rat heeft zich kennelijk te goed gedaan aan het kleine plasje melk op de vloer onder de RMO-aansluiting. De melktank was vannacht uiteraard hermetisch afgesloten. Maar zo dadelijk, onder het melken, hangt de slang erin en staat het mangatdeksel op een kier… Gerbrand moet er niet aan denken dat er een rat ín de tank terecht komt.

Gebruik rattengif aan banden

Hij beseft terdege dat hij niet alleen melkveehouder is, maar vooral ook voedselproducent. En dus mogelijke ziekteverwekkers als ratten en muizen buiten de deur moet houden. Maar de tijd dat melkveehouders naar eigen goeddunken links of rechts wat rattengif konden strooien, is voorgoed voorbij. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Cgtb) legt het gebruik van rodenticiden sinds enige jaren steeds meer aan banden. Particulieren mogen alleen maar middelen gebruiken ter bestrijding van muizen in woningen en alleen de gediplomeerde plaagdierbeheerser mag middelen gebruiken ter bestrijding van muizen en ratten in en rondom woningen en gebouwen. Een uitzondering geldt voor agrariërs. Tot 1 juli 2015 waren zij vrijgesteld van het hebben van een diploma, maar ze moeten momenteel minimaal beschikken over het vakbekwaamheidsbewijs Knaagdierbestrijding Agrarisch (KBA).

Doorvergiftiging

Het Cgtb wil het gebruik van rodenticiden – de officiële naam voor ratten- en muizengif – inperken vanwege het risico op doorvergiftiging. De huidige generatie rodenticiden doodt de ratten niet direct; ze moeten er een aantal dagen van eten. Het gif (een antistollingsmiddel, dat zorgt voor inwendige bloedingen) breekt maar zeer langzaam af in het verzwakte of dode dier. Een roofvogel, kraai of kat die vervolgens zo'n zieke of dode rat opvreet, kan zelf ook ziek worden. Al het gif dat die niet-doeldieren op die manier binnen krijgen, stapelt zich op, waardoor ze uiteindelijk ook doodgaan. Omdat het risico op doorvergiftiging het grootst is wanneer het rattengif buiten ligt, heeft het Cgtb bij de herbeoordeling van die middelen het etiket aangepast. Met ingang van 2017 geldt dat rodenticiden voor buitengebruik alleen mogen worden ingezet als er wordt gewerkt volgens het IPM-protocol Rattenbeheersing. De afkorting staat voor Integrated Pest Management, geïntegreerde plaagdierbestrijding. Het gevolg hiervan is dat boeren die rondom de stallen en bij voeropslagplaatsen zelf de ratten willen blijven bestrijden, aan vrijwel dezelfde regels moeten voldoen als professionele rattenbestrijders.

Speciale regels voor gebruik buiten

Wat betekent dat in de praktijk? Boeren hadden al een KBA-certificaat nodig voor het aanschaffen en gebruiken van rodenticiden. Vanaf 2017 geldt dat ze voor het gebruik van die middelen buiten moeten werken volgens het IPM-protocol Rattenbeheersing. Dat wordt op twee manieren geborgd: via certificering van het bedrijf en via certificering van de melkveehouder. Veehouders moeten hun vakbekwaamheidslicentie uitbreiden tot KBA-GB. De afkorting GB staat voor 'geïntegreerde bestrijding', maar wordt ook wel aangeduid als 'gebruik buiten'. Veehouders moeten voor de GB-aantekening een apart examen afleggen, dat specifiek ingaat op het beheersen van rattenpopulaties rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen.

Bedrijf IPM-proof?

Daarnaast moeten ze binnen het IPM-protocol ook hun bedrijf laten certificeren. Dan komt iemand van een certificeringsorganisatie beoordelen of het bedrijf IPM-proof is. IPM gaat uit van het principe 'voorkomen is beter dan genezen'. De nadruk ligt dus op preventie. Eerst moet de omgeving voor de ratten onaantrekkelijk worden gemaakt. Rommelige plekken waar ratten makkelijk kunnen schuilen of nestelen, of plaatsen waar ze makkelijk aan voer kunnen komen, moeten worden aangepakt. Als er overlast van ratten is, geldt binnen IPM dat ze eerst 'mechanisch' moeten worden bestreden, met klemmen en vallen. Pas als het écht niet anders kan, mogen chemische middelen worden ingezet om de plaag onder controle te krijgen. Rodenticiden gelden dus als laatste redmiddel. Dat is ook verstandig, om te voorkomen dat de resistentie tegen deze middelen uitbreidt. Volgens het Cgtb is 25 procent van de rattenpopulatie nu al resistent.

Vijf melkveebedrijven gecertificeerd

“Er is de afgelopen tijd behoorlijk wat veranderd voor melkveehouders, maar lang niet iedereen is daarvan doordrongen”, zegt Conno de Ruijter van het Keurmerk Plaagdiermanagement, de instantie die het IPMcertificatieschema beheert. Volgens De Ruijter heeft LTO lang geprobeerd om een ontheffing van de certificatieplicht te krijgen voor de veehouderij. Maar feitelijk mogen melkveehouders blij zijn dat ze middels certificering de mogelijkheid hebben behouden voor doehet- zelf-rattenbestrijding, zegt hij. “In eerste instantie was het Cgtb van plan om de toelating voor deze rodenticiden helemaal in te trekken. Dan was de sector verder van huis geweest.” De Ruijter merkt wel dat melkveehouders vanwege de nieuwe regels er steeds meer naar neigen om de plaagdierenbestrijding uit te besteden aan gespecialiseerde bedrijven. Op dit moment zijn er nog maar vijf melkveebedrijven volledig gecertificeerd. In 2018 gaat het Cgtb de rodenticiden voor binnengebruik herbeoordelen. De Ruijter verwacht dat de regels voor binnengebruik dan gelijk worden getrokken aan buitengebruik. “Immers, als een rat van binnen naar buiten loopt, is het risico op doorvergiftiging net zo groot.”

Zonder logboek is rattenbestrijding niet compleet

Werken volgens het IPM-protocol betekent dat ook veehouders net als professionele plaagdierbestrijders een logboek moeten bijhouden. Hierin dienen ze nauwgezet alles te registreren wat ze doen rond de rattenbestrijding. Dat begint bij een risico-inventarisatie en monitoring van de aanwezigheid van ratten. Daarbij hoort een plattegrond van de bedrijfsgebouwen waarop wordt aangegeven waar vallen en lokaas zijn neergezet. Verder moet worden geregistreerd welke preventiemaatregelen zijn genomen, waar en wanneer de rodenticiden zijn aangeschaft, waar en wanneer het gif is uitgezet, hoeveel gif er bij controle is opgegeten (wegen!), wat er is gevangen en wanneer, hoeveel gif er is weggegooid – letterlijk alles moet worden vastgelegd. Ook al zijn veehouders KBA-GB gecertificeerd: wie het logboek niet goed bijhoudt, loopt bij controle door de NVWA alsnog het risico op een boete.

Ontwikkelingen gebruik rodenticiden

Tot 30 juni 2015: gebruik van rodenticiden (ratten en muizengif) toegestaan voor gediplomeerde plaagdierbeheersers en agrarische ondernemers volgens etiketvoorschrift. Na 1 juli 2015:. Agrariërs die op het eigen bedrijf rodenticiden willen inzetten, moeten in het bezit zijn van het vakbekwaamheidsbewijs Knaagdier Bestrijding Agrarisch. Zonder dit KBA-certificaat mogen agrariërs geen rodenticiden kopen, opslaan of gebruiken. Vanaf 1 januari 2017: strengere regels. Agrariërs die rondom gebouwen rodenticiden willen inzetten, moeten werken volgens het protocol IPM Rattenbeheersing. Daarvoor moeten zij in bezit zijn van licentie KBA-GB (gebruik buiten) en het bedrijf laten certificeren door een erkende instantie. De agrariër moet zich bovendien registeren bij het Bureau Erkenningen. Er gold een overgangstermijn tot 1 juli 2017; die is inmiddels verstreken.

Hoe kan melkveehouder zelf ratten blijven bestrijden?

Het behalen van het certificaat Knaagdierbestrijding Agrarisch (KBA) kost circa 80 euro, inclusief examen. Veel regionale AOC's bieden dergelijke cursussen aan. Veehouders die al een spuitlicentie hebben, kunnen de aantekening KBA erbij krijgen op de spuitlicentie, hiervoor is geen examen vereist. Voor KBA-GB is altijd een examen nodig. Inclusief een dag cursus en een examen kost KBAGB circa 160 euro. De certificaten zijn vijf jaar geldig. Daar komen de kosten voor de IPM-audit van het melkveebedrijf nog bij; reken hiervoor op circa 400 euro. Veehouders die geen rodenticiden inzetten, en alleen met vallen en klemmen werken, hebben geen
certificaat nodig. Het is niet toegestaan om de buurman, die wel gecertificeerd is, op jouw bedrijf de rattenbestrijding te laten doen. De KBA/KBA-GB certificering is alleen geldig voor het eigen bedrijf. Meer informatie? Op de site van het Keurmerk Plaagdiermanagement staan antwoorden op veelgestelde vragen.
http://kpmb.nl/Stichting-KPMB/IPM-Rattenbeheersing/Veel-gestelde-vragen-IPM-Rattenbeheersing