Hittestress bij melkvee

Het is ieder jaar een terugkerend onderwerp: hittestress.

Kennispartner

Vooral in de melkveehouderij wordt er veel aandacht aan geschonken, maar ook binnen de pluimvee, varkens en kalverhouderij geeft het problemen gedurende de warme maanden. Maar wat is hittestress nu precies en wat kan er aan gedaan worden om het te voorkomen, dan wel te verminderen?

Deze pagina gaat in op hittestress bij melkvee, hoe het ontstaat, de gevolgen er van en uiteraard ook: wat is er aan te doen. 

Hittestress

Hittestress kan worden gedefinieerd als ‘alle factoren die – onder invloed van hoge temperaturen - de de koe aanzetten tot het aanpassen aan de omgeving om te voorkomen dat er fysiologische processen in het lichaam worden verstoord’ (Kadzere et al. 2002). De twee belangrijkste factoren die de mate van hittestress bepalen zijn temperatuur en luchtvochtigheid. De luchtvochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bevat bij de heersende temperatuur. In de zogenaamde Temperature Humidity Index (zie figuur 1) worden temperatuur en luchtvochtigheid in een grafiek uitgezet en kan worden afgelezen wanneer er wel of geen hittestress is. Duidelijk te zien is dat vanaf 22 graden Celsius er bij een hoge luchtvochtigheid al sprake is van hittestress.

Figuur 1. Temperature Humidity Index

In Nederland zijn er jaarlijks gemiddeld zo’n 25 tot 30 zomerse dagen, waarbij de temperatuur uitkomt op 25 graden Celsius of hoger[1]. Dit betekent in de praktijk dat op een Nederlandse melkveebedrijf er per jaar tot enkele tientallen dagen hittestress voor komt. In landen als Amerika of in Zuid-Amerika komt hittestress nog veel meer voor.

Hittestress ontstaat op het moment dat de koe meer warmte produceert dan dat zij kan afvoeren. Naast dat dit niet prettig is voor de koe heeft dit allerlei andere gevolgen. Zo zal de koe extra energie verliezen om zichzelf te koelen. Ook zal de ademhaling versnellen om warmte kwijt te raken waardoor er meer CO2 worden uitgeademd. Dit heeft tot gevolg dat de pH van het bloed wordt verlaagd en er bicarbonaat wordt gebruikt om dit tegen te gaan. Hierdoor is er minder bicarbonaat beschikbaar als buffer in de pens waardoor pensverzuring op de loer ligt. Verder laten koeien tijdens hitteperiodes tochtigheid minder goed zien en zijn er vaak meer terugkomers waardoor de vruchtbaarheid op het bedrijf onder druk komt te staan. Ook zal de koe automatisch minder ruwvoer opnemen omdat fermentatie in de pens warmte oplevert en is vaak de opname van nutriënten door het maagdarmkanaal verminderd (West 2003). Dit alles zorgt voor een verminderde melkproductie, terwijl genetisch gezien de koe van tegenwoordig juist veel ruwvoer op kan nemen en dus veel melk kan produceren. Vooral bij de hoogproductieve koe zal hittestress dus zorgen voor significant minder melkproductie.  

Al met al heeft hittestress dus allerlei gevolgen die de productie en gezondheid negatief beïnvloeden. Niet alleen tijdens de hitteperiode hebben koeien er last van. Met name ook na deze periode liggen er problemen op de loer. Veelal zal de koe als het is afgekoeld weer meer gaan vreten, waarbij de pens nog niet is afgestemd op deze hogere voeropname. Dit maakt dat de pens de gevormde zuren niet voldoende kan bufferen, met wederom pensverzuring tot gevolg.

Wat is er aan te doen

Hittestress is nooit volledig te voorkomen, maar door de juiste maatregelen te nemen zijn de gevolgen er van wel te beperken. Hieronder worden de meest belangrijke maatregelen benoemd:

  1. Water: zorg voor schoon en fris drinkwater. Bij voorkeur moet het water niet té koud zijn (tussen de 10 en 15 graden). Houd er rekening mee dat koeien tijdens hittestress meer water opnemen dan gemiddeld.
  2. Bufferen: doordat er minder bicarbonaat beschikbaar is om de pens te bufferen is het goed om de koe te voorzien van extra buffers zoals bicarbonaat. Ook worden vaak gistproducten gebruikt omdat die voor extra stabiliteit in de pens zorgen én in staat zijn om o.a. melkzuur af te breken. Houd er hierbij wel rekening mee dat gisten voor een langere periode gevoerd moeten worden om echt effect te kunnen hebben, dus bij voorkeur al starten met het voeren van gisten vóórdat het warm wordt.
  3. Maak het rantsoen geconcentreerder: de koe vreet minder en er komt dus ook minder energie binnen. Door het rantsoen geconcentreerder te maken zal de koe met dezelfde hoeveelheid voer meer energie opnemen. Gebruik bij voorkeur pensbestendige vetten of zetmeelbronnen omdat er dan een verschuiving plaatsvindt van fermentatie in de pens naar vertering in de dunne darm. Dit geeft minder warmteproductie.   
  4. Ventilatie: zorg voor extra ventilatie in de stal, eventueel gecombineerd met een sprayinstallatie waardoor koeien bij het voerhek constant een klein beetje water over zich heen gesprayd krijgen.
  5. Als koeien naar buiten gaan, pas het beweidingsschema aan: indien mogelijk alleen weiden in de ochtend, ‘s avonds en ’s nachts. Uit onderzoek blijkt dat wanneer gedurende een periode van drie tot zes uur per dag de temperatuur beneden de 21 graden Celsius ligt, de daling in melkproductie al wordt verminderd (West 2003).  Zorg bij weiden overdag voor voldoende schaduw.
  6. Vergeet niet om ook bij de droge koeien hittestress zoveel mogelijk te voorkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat hittestress bij droge koeien een negatief effect heeft op o.a. het gewicht van het kalf (West 2003).
  7. Zorg voor een constant vers rantsoen om hiermee broei van het voer aan het voerhek te voorkomen. 

Literatuur

J.W. West (2003) Effects of heat stress on production in dairy cattle. Journal of Dairy Science vol. 86, No. 6

C.T. Kadzere, M.R. Murphy, N. Silanikove, E. Maltz (2002) Heat stress in lactating dairy cows: a review. Livestock production Science 77 p. 59-91


[1] www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum